Harde lessen voor Mullink in slopende Mini en Mai
Voor zeilster Nienke Mullink is de Mini en Mai eind vorige maand een wedstrijd om met gemengde gevoelens op terug te kijken. De 500 mijl lange solo-offshorerace, die uiteindelijk vanwege de weersomstandigheden werd ingekort tot 290 mijl, groeide uit tot een ware uitputtingsslag waarin slaapgebrek, windstiltes en lastige stromingen de hoofdrol speelden. Toch leverde de race Mullink waardevolle lessen én een belangrijk kwalificatiebewijs op voor haar volgende grote doel: de race naar de Azoren.
De Mini en Mai, met start en finish in La Trinité-sur-Mer, was voor Mullink haar eerste zogeheten categorie B-wedstrijd binnen het Mini 6.50-circuit. Dat maakt de race extra belangrijk, omdat deelname aan een categorie B-race een vereiste is om later dit seizoen de prestigieuze Azorenrace te mogen starten.
Zes mogelijke parcoursen
De voorbereiding was zoals gebruikelijk intensief. Door een uitzonderlijk stabiel weersysteem met twee hogedrukgebieden boven Europa kregen de deelnemers vooraf maar liefst zes mogelijke wedstrijdbanen voorgeschoteld. Alle routes moesten worden voorbereid, terwijl de uiteindelijke keuze pas tijdens de race werd gemaakt.
De voorspellingen kwamen uit: weinig wind, veel zon en hoge temperaturen. Op het water betekende dat echter extreem lastige omstandigheden. “De wind zakte direct na de start weg”, blikt Mullink terug. “Ik koos bewust voor vrije wind, omdat ik verwachtte dat de wind snel zou verdwijnen. Daardoor zat ik na de eerste boeien ergens in de middenmoot.”
Van middenmoot naar voren
Wat volgde was een voortdurende strijd om terrein terug te winnen. Tijdens een lange kruisrak in de eerste nacht wist Mullink zich dankzij een sterke bootsnelheid vanuit de middenmoot naar voren te werken. Dat gaf vertrouwen. Juist in deze lichte omstandigheden had ze nog weinig ervaring opgedaan met haar Mini 6.50. “Mijn boatspeed was goed en dat was fijn om te zien. Eigenlijk heb ik de hele wedstrijd rond de top tien tot top twintig gevaren.”
Toch pakte een belangrijke tactische keuze in de tweede nacht minder goed uit. Samen met een groep concurrenten koos Mullink ervoor dicht onder de kust te blijven, in de verwachting daar meer wind te vinden. Die voorspelling kwam niet uit. De kleine groep die verder offshore bleef, vond juist meer druk en kon een beslissend gat slaan.
Windstiltes en slaapgebrek
De wedstrijd werd vervolgens gekenmerkt door urenlange windstiltes. De deelnemers lagen regelmatig letterlijk stil op zee, terwijl lokale stromingen en rotsachtige kustgebieden voortdurend om aandacht vroegen. Juist daardoor werd slapen vrijwel onmogelijk. “In windstiltes kun je niet slapen, omdat je elk zuchtje wind moet benutten. En als er dan drie of vier knopen wind staan, werkt de autopilot niet goed en moet je zelf sturen.”
Waar Mullink tijdens haar vorige wedstrijd juist veel aandacht had besteed aan energiemanagement, bleek haar zorgvuldig uitgewerkte slaapplan dit keer onuitvoerbaar. De omstandigheden waren simpelweg te grillig. “Dat was het moeilijkste van deze race. Achteraf heb ik daar veel op gereflecteerd met mijn trainer en coach. Daar heb ik veel van geleerd.”
Laatste uren eisen hun tol
Ook in de slotfase bleef de race zwaar. Op weg terug naar de baai van La Trinité kwam het veld door de lichte omstandigheden weer dichter bij elkaar. Tijdens een laatste lange kruisrak verloor Mullink, mede door pure vermoeidheid, nog zes posities. Uiteindelijk finishte zij als achttiende van de 58 deelnemers in haar klasse. Een resultaat waar ze gemengde gevoelens bij heeft. “Ik ben teleurgesteld in het resultaat, maar tegelijkertijd ben ik trots op hoe ik van begin tot eind ben blijven pushen. Ik heb niets laten liggen en alles gedaan wat ik kon.”
Daarnaast zag ze belangrijke positieve punten terug. Haar emotionele controle bleef gedurende de wedstrijd goed, terwijl ze tactisch vaak de juiste beslissingen nam wanneer ze zich tussen andere boten bevond. “De belangrijkste les is dat ik bij twijfel de volgende keer dichter bij de groep wil blijven.”
Risico’s van solozeilen
Hoe zwaar de omstandigheden waren, bleek ook uit de verhalen die na afloop rondgingen in de haven. Verschillende deelnemers raakten door het slaapgebrek volledig uitgeput. Zo viel een zeiler tijdens de laatste nacht in slaap en werd pas zes uur later wakker, terwijl hij richting rotsen dreef. De wedstrijdorganisatie moest met een snelle boot uitrukken om hem te waarschuwen. Een andere deelnemer reageerde urenlang niet op oproepen via de marifoon. Uiteindelijk voer een concurrent, de leider in de wedstrijd, naar hem toe, stapte aan boord van zijn boot om hem wakker te maken en vervolgde daarna zijn eigen race. Voor Mullink onderstrepen die incidenten de risico’s van solo-offshorezeilen. “Als je achteraf die verhalen hoort, komt dat wel binnen. Zeker in deze omstandigheden is solozeilen niet zonder risico.”
Op naar de volgende uitdaging
Lang stilstaan bij de Mini en Mai zit er niet in. Mullink staat na een kleine week rust namelijk alweer voor haar volgende grote uitdaging. Om volledig gekwalificeerd te zijn voor de Azorenrace moet zij ook nog een solo kwalificatietocht van 1.000 zeemijl volbrengen. Als de omstandigheden zo blijven is ze van plan om morgen (zaterdag 6 juni) te vertrekken. Deze tocht voert haar vanuit La Trinité naar Ierland, vervolgens terug naar de Franse westkust en opnieuw noordwaarts. Een avontuur dat opnieuw een stap verder gaat dan alles wat ze eerder solo heeft gedaan. “Ik heb nog nooit zo’n afstand gevaren, laat staan alleen. Dat maakt het spannend, maar het is ook de perfecte voorbereiding op de race naar de Azoren.”
De wedstrijd naar de Azoren start op 22 juli en omvat meer dan 2.500 zeemijl heen en terug. Na de loodzware Mini en Mai weet Mullink in ieder geval één ding zeker: de lessen van deze race zullen daarbij van grote waarde zijn.